KlimaatGesprekken

hoe een badkuip, koorts en waterlelies helpen in het klimaatgesprek

Hoe leg je aan anderen uit hoe urgent actie voor klimaatverandering is? En dat twee graden opwarming niet zomaar ‘lekker warm in de zomer is’?

Tot nu toe hebben vooral wetenschappers het gesprek over klimaatverandering geopend. Helaas werkt die communicatie psychologisch soms averechts. Om ons een beeld te vormen van wat er aan de hand is en of actie nodig is, gaan we namelijk op veel meer af dan wetenschappelijke feiten.

Een geweldig voorbeeld hiervan is het ‘bystander effect’ en het ‘difussion of responsibility effect’: ook al roepen wetenschappers dat de feiten ernstig zijn en oplossingen voorhanden, als we niemand in onze omgeving erover horen praten en in actie zien komen, denken we dat het wel meevalt. Zelf als de feiten levensbedreigend zijn, zoals je ziet in dit filmpje.

Tijd dus voor niet alleen feiten, maar ook voor verhalen, beelden en metaforen in het klimaatgesprek. Ze gaan niet altijd voor 100% op, maar spreken ons op een heel andere manier aan en hebben dus een ander effect op ons gevoel en op onze neiging tot actie. Hieronder drie voorbeelden van metaforen.

Zo erg is het toch niet? Het is toch maar een paar graden? Koorts

Hoewel er al vele overstromingen, droogtes en klimaatvluchtelingen bijgekomen zijn, kan je zeker ook zeggen dat wij in Nederland klimaatverandering niet zo heel erg merken. Onze voedselprijzen zijn nog stabiel, onze voeten nog droog. En ook er is al wat minder sneeuw en ijspret, daar staan wel meer lekker warme zomerse dagen tegenover!

Dus wat is nu het probleem met een paar graden stijging? Het wetenschappelijke probleem is natuurlijk dat het gaat om wereldwijd verbonden systemen van regen, voedsel verbouwen, zeespiegel, droogte et cetera die allemaal uit evenwicht raken. Op de polen kan die gemiddelde stijging van 2 graden uit het Parijsakkoord wel 10 graden extra warmte opleveren. En op sommige plekken juist meer kou. Soms meer droogte, soms meer warmte. Het is een ingewikkeld verhaal, en daardoor hebben we soms de neiging om business as usual zo te laten.

Maar het complexe verhaal laat zich wel vatten door als we het vergelijken met koorts. Hoe voel jij je als je 38 graden koorts hebt? En als je 38,5 hebt? Dan is namelijk het streven het Parijsakkoord: de afspraak dat 39 graden echt de grens zou moeten zijn voor de aarde. Dan hebben we een redelijke kans dat we het gaan overleven: dat onze voedselsystemen en andere weersystemen niet zo verziekt gaan raken dat het onze beschaving te veel onder druk zet. En bij drie of vier graden opwarming heb je het dus over 40 of 41 graden koorts… dat houden eco-systemen niet vol.

Ok, ik ga wat/meer doen als het erg(er) wordt. Waterlelies

Voor de meeste mensen is het zo, dat we in actie komen als de prikkel sterk genoeg is. Je weet al een tijdje dat je haar wat lang is en gaat pas naar de kapper ‘omdat het nu toch echt moet’. Je weet al een tijdje dat je best wat kilo’s zou willen afvallen, maar gaat pas sporten of lijnen als je kleding niet meer past, of er ineens een opmerking over krijgt. Je bent al een tijdje niet tevreden in je werk, maar je gaat pas solliciteren als zich een nóg vervelender project aandient. Prikkels helpen ons voor verandering.

Ook met klimaatverandering wachten we de prikkel rustig af. Wetenschappers denken: zijn gestegen temperaturen, meer stormen et cetera dan nog niet genoeg prikkel? Ja en nee. Ja, er is een historisch klimaatakkoord en nee we zijn nog niet massaal dingen anders aan het doen. We wachten ‘tot het echt erg is’.

Als je mensen kent die uitstellen tot het erger wordt, stel dan eens de volgende vraag. Een waterlelieplantje ligt in de hoek van een meer. Zij verdubbelt zich iedere dag, en wij weten dat al het leven in het meer verdwijnt als deze waterlelie het hele meer bedekt heeft. Het duurt 30 dagen voordat de waterlelie het meer helemaal heeft afgedekt. Op welke dag zie je dan het gevaar aankomen?

Dat is misschien op dag 29 (meer half vol), of op dag 28 (kwartvol, de dag erna halfvol)? Sommigen zullen bij halfvol nog denken dat ze tijd hebben. Veel van de bedreigingen bij klimaatveranderingen hebben ook te maken met dit soort kantelpunten en exponentiële groei. Een makkelijk uit te leggen kantelpunt is smeltend poolijs: poolijs reflecteert 90% van de zonnewarmte. Eenmaal gesmolten tot water kaatst poolwater nog maar 10% warmte terug.

Ok, misschien merken we dat te laat. Maar als het te erg is, dan stoppen we meteen! Badkuip

Ook heel menselijk is het om zo druk te zijn met van alles dat je actie nog even uitstelt. Of dit eerst van anderen verwacht, of simpelweg blijft genieten tot het niet langer anders kan. Als het te erg wordt, dan stoppen we wel met kolencentrales, fossiele auto’s, oerwouden kappen, enzovoort. Misschien niet ‘beste jongetje van de klas’-gedrag, maar gewoon handelen als het nodig is. Valt daar wat voor te zeggen?

Bij klimaatverandering is het dan belangrijk om te weten dat de CO2 die we uitstoten heel lang blijft hangen in onze atmosfeer. En dat ‘omgekantelde’ punten in weersystemen ook niet zomaar terugkantelen.

Een beeld dat het goed vat is de badkuip. Als we inderdaad in 2050 een emissieloze samenleving hebben wereldwijd, dan hebben we de kraan dichtgedraaid. Maar de badkuip blijft dan hartstikke vol. De warme deken rond de aarde blijft dan nog decennia liggen. CO2 wordt wel weer opgenomen door de natuur (die er dan nog is), maar dat is een zeer klein afvoerputje ten opzichte van de enorme gevulde badkuip. Dus als we volledig klimaatvriendelijk gaan leven als de badkuip vol is (bijvoorbeeld 2 graden opwarming bereikt), of overstroomd is, dan nog hebben onze kinderen en kleinkinderen die wereld van ons geërfd. De kinderen daarna hebben weer kans op een wereld met minder klimaatverstoring.

Wil jij nu oefenen met gesprekken over klimaatverandering en met je eigen leefstijl bijdragen aan een toekomst zonder koorts, badkuip of waterlelies? Wees dan welkom bij onze workshops.