KlimaatGesprekken

“Klimaatverandering is erg! Maar ze zullen er wel iets op verzinnen.” Hoe reageer jij?

Soms zit je in een gesprek met iemand die ook vindt dat klimaatverandering erg is, maar dan volgt er meteen een reden om daar zelf niets tegen te doen. Herkenbaar?

Naarmate we vaker het klimaatgesprek in Nederland gaan voeren, zou zo’n soort gesprek het meest voorkomende gesprek kunnen worden. Immers: zo’n 74% van de Nederlanders is bezorgd over klimaatverandering, maar slechts 13% van de Nederlanders is aanjager van klimaatvriendelijke keuzes en levensstijl. Tussen bezorgdheid en aanjagen van verandering zit dus nog een groot gat. Een groot gat tussen weten en doen..

Welke redenen geven mensen daarvoor? En hoe reageer je daarop? We zetten enkele veelgehoorde argumenten voor je op een rij, met tips voor reactie.

Wel een kanttekening: de brug tussen weten en doen is er niet voor niets: wij mensen gebruiken argumenten meestal als psychologisch beschermingsmechanisme tegen verandering of ongemak. Ook bijvoorbeeld humor, hoop, teamspirit en handelingsperspectief zorgen er in de klimaatgesprekkenworkshops voor dat het echt makkelijker wordt om van welwillend naar aanjager te gaan. Maar een goed gesprek kan wel het begin zijn!

“Ze zullen er wel iets op verzinnen.”

Uit zo’n uitspraak spreekt hoop dat we met zijn allen door kunnen gaan met business as usual, en dat bijvoorbeeld een technologische oplossing ervoor gaat zorgen dat opwarming voorkomen zal worden. Nodig je gesprekspartner uit om die hoop eens wat concreter uit te werken: wat zouden ze dan kunnen verzinnen? Duurzame energie? Het bestaat al, maar het is aan ons of we een groene stroomleverancier kiezen. Opslag van broeikasgassen? Willen we echt afhankelijk worden van grote fabrieken, die duur zijn om te bouwen, en net als kerncentrales kapot kunnen gaan? Op welke schaal zal de opslag nodig zijn als nu al de amazonewouden niet genoeg zijn om alle onze menselijke CO2-uitstoot op te nemen? Wie gaat die fabrieken dan bouwen? Overheden? Dan moeten wij op een politieke partij stemmen die dat steunt. Bedrijven? Hoe gaan ze daar dan geld aan verdienen? Of ben je ook voor een CO2-prijs en klimaatwet? Et cetera. Extra tip: het gaat niet er niet om je gesprekspartner te overtuigen, want dat zorgt er waarschijnlijk voor dat hij of zij tegenargumenten zoekt en bij zijn gelijk blijft. Het gaat erom dat je een paar relevante, reflectieve wedervragen stelt. Die ook het verband aangeven tussen ‘wat er verzonnen is of wordt’ en onze eigen keuzes die eraan bijdragen of dat ook gebruikt zal worden.

Als het echt urgent zou zijn, dan zouden ze toch allang meer doen?”

Hieruit spreekt een soort vertrouwen dat het wel meevalt. Dat experts en overheden die zich er meer in verdiepen, dit wel geregeld zullen hebben. Of het niet nodig vinden. En dat de persoon in kwestie nog niet in actie hoeft te komen. Je kan dan de reflectie op gang brengen of klimaatverandering te vergelijken met andere belangrijke maatschappelijke kwesties. Hoe is dat eigenlijk gegaan met vrouwenkiesrecht, of afschaffing van apartheid, of met alle mislukte klimaattoppen vóór Parijs? En sommige zaken zijn echt urgent, zoals verkeersdoden of overstromingen, maar toch wordt voor niet alles evenveel geregeld. Maar ook heel specifiek: weet je dat het kabinet veroordeeld is door de rechter, omdat die vond dat de overheid niet genoeg urgentie laat zien in haar beleid? Overheden zijn ook verkozen voor vier jaar: zij verkiezen de urgentie van kortetermijnissues boven de urgentie van een langzaam veranderend klimaat. En wanneer is het dan echt urgent voor Nederland? En voor andere landen? Gaan we pas maatregelen treffen als we geen koffie meer kunnen kopen? Of als er een grote hongersnood uitbreekt in Afrika? Of als dat steeds vaker voorkomt? Maar dat is al aan de hand… Reflectie op ‘wat is urgent, en handelen overheden en bedrijven eigenlijk wel altijd als het urgent is’, is dus een zinvolle reactie.

“Het is een druppel op een gloeiende plaat, wat ik / Nederland kan doen.”

Het is een variant op “De wereld warmer en Nederland armer”: het is gek om iets te doen tegen klimaatverandering, terwijl je als individu of als klein land procentueel maar een klein deel van de oplossing bent. Hieruit spreekt zowel negativiteit als onmacht. Je kan allereerst hiernaar vragen, om te weten welke van de twee het belangrijkste onderliggende argument is.

Als dat negativiteit is, kan je als volgt verder. Is het echt zo dat je geen leuke vakantie kan hebben zonder vliegtuig? Of geen lekkere maaltijd zonder vlees? Beter nog: was je wel eens zonder vliegtuig op vakantie? En hoe was dat? En wat betreft de economie zijn er tegenwoordig echt veel meer voordelen dan nadelen te noemen aan klimaatvriendelijke keuzes. Voorbeeldje: in de USA (ja, dat land van Trump), kwamen begin 2017 veel meer banen erbij dankzij hernieuwbare energie dan in de rest van de economie.

Als het de onmacht is, dan is het lastig en simpel tegelijk. Onmacht is een heel lastige emotie om te verdragen, en daarom duwen de meeste mensen het liever weg. Liever ‘ik kan er toch niets aan doen’ dan ‘ik kan er wel iets aan doen, maar het is nooit genoeg.’ Tegelijk is het ook simpel. In Parijs hebben we afgesproken dat we alleen onze doelstellingen gaan halen als alle landen meedoen met ambitieus klimaatbeleid. Dus niet alle landen behalve Nederland. En als de USA dan minder hard meedoet, is dat (rationeel gezien) des te meer reden voor alle kleine landen om nog een tandje harder te gaan. Het is net als bij verkiezingen: jouw eigen uitgebrachte stem bepaalt niet het resultaat, maar niet stemmen is ook geen oplossing voor een uitslag die jou bevalt. We schreven al eerder over dat gevoel van ‘kan je zelf eigenlijk wel verschil maken?’. Het voelt lekker om onderdeel van de oplossing te zijn, en niet van het doemdenken!

“Het is niets voor mij, maar ik ben wel blij dat jij daar zo veel voor doet.”

“Gaaf dat jij er zoveel aan doet!” Of “Meelopen met een klimaatmars is niets voor mij, maar wel goed dat dit wereldwijd gebeurd.” Of “Ik ben echt slecht tegen treinen, maar ik ben wel blij dat er zoveel mensen met de trein gaan, dat scheelt toch.” In zo’n gesprek gaat iemand eigenlijk achter je staan en niet tegenover je, dus de makkelijkste reactie is om daar meteen gebruik van te maken. Bijvoorbeeld met een reactie als: “En waarom vind je dat zo gaaf dat ik dat doe/goed dat dit gebeurt/zoveel mensen met de trein gaan?”. Het lijkt een inkopper, maar onderschat niet de kracht van iemand die zijn eigen argumenten nog eens verwoordt en hardop hoort. Je kan dan doorgaan met een vraag: “Ja, dat is ook waarom ik het doe, en wat zou er dan wel bij jou passen als je dit ook belangrijk/goed vindt? Of: “Welke manier heb jij dan gevonden om daar voor jezelf invulling aan te geven?” Of: “Wat zou er moeten gebeuren of veranderen zodat een klimaatmars/trein/etc. meer bij je zou passen? En zou je daar nog invloed op kunnen hebben?”

 

Welke redenen hoor jij wel eens om weinig of niets te doen tegen klimaatverandering? Deel ze op onze facebookgroep, en we nemen ze graag mee in een volgende blog.