KlimaatGesprekken

Zeven tips voor een goed gesprek over klimaatverandering

Klimaatverandering kan een lastig gespreksonderwerp zijn om fijn over uit te wisselen. Iedereen die de moeite neemt om zich hiermee bezig te houden en in te bekwamen is voor ons een held!

Vaak zijn de meningen al lang bepaald (en iedereen vindt het lastig om zijn ‘gelijk’ bij te stellen) en het onderwerp kan beladen zijn met boosheid, machteloosheid, schuld en andere heftige emoties. Alleen al het gesprek openen is een daad van moed en kwetsbaarheid. Onderstaande tips zijn in zekere zin eenvoudig, maar in praktijk niet makkelijk. We begrijpen het als je denkt: “pfff zoveel moeite voor een beetje een normaal gesprek over dit onderwerp waar wetenschappelijk gezien toch eigenlijk geen discussie over is?” “Kan ik het niet gewoon van de daken schreeuwen?” Als dat genoeg was geweest, waren we al verder geweest.

Laat ik dus ook maar beginnen met de eerste tip, een soort fundament onder de andere tips, als jij jezelf bezig houdt met klimaatgesprekken.

1) Blijf in balans

Als je goed in je vel zit, dan ben je niet alleen een betere communicator, maar ook een meer aansprekend voorbeeld voor anderen. Als je rondloopt met boosheid, angst, machteloosheid of een spartaanse levensstijl, dan open je ook onbewust een klimaatgesprek. De boodschap die je dan onbewust overbrengt is: ‘als jij je net zo gaat verdiepen in klimaatverandering als ik, dan zou je ook boos, bang en machteloos worden en een spartaans leven gaan leiden.’ De meeste mensen haken dan af, in plaat van nieuwsgierig te worden.

2) Creëer een situatie waarin mensen open staan om ongemakkelijke, uitdagende informatie te horen.

Als mensen nog niet veel weten van klimaatverandering, of nog niet zo bezig zijn met de verandering die het kan opleveren voor hun dagelijkse leven, dan zal elk klimaatgesprek een gesprek zijn over verandering. Dat is op zich al lastig, en in het geval van klimaatverandering ook deels slecht nieuws. Zelfs als je uitlegt dat isolatie van woningen een comfortabeler huis oplevert, dan nog hebben de meeste mensen al wel genoeg te doen.

Feiten hebben alleen effect als mensen ze willen horen. Een goed gesprek vindt makkelijker plaats als jij:

  • Kalm bent (dus niet vlak nadat je een verontrustende film gezien hebt of artikel las).
  • Niet wanhopig een doel of wens voor het gesprek hebt (mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden).
  • Zeker en positief van jezelf bent.
  • Interesse hebt in de ander.
  • Je goed open stelt en je verbindt met de ervaringen en gevoelens van de ander.
  • Meer luistert, dan dat je spreekt.

Meer luisteren dan spreken? Maar ik wil toch over klimaatverandering spreken? Ja, zie tip 3.

3) Begin bij een punt dat er voor de ander toe doet. Heb het alleen indirect, of daarna over klimaatverandering.

Stel: je ergert je dat iemand veel vliegreisjes maakt, omdat dit een grote klimaatimpact heeft. Hoe reageer je dan? Als je begint met ‘vliegen is slecht’, dan is de kans groot dat je in een discussie belandt (verdediging van de ander) of genegeerd wordt (ook verdediging van de ander). Het is dus makkelijker om te beginnen over de redenen van de vliegreisjes: waarom is dat belangrijk voor je? Of wat maakt dat zo fijn? En dat je dit begrijpt. Op die manier begint het gesprek niet met verdediging maar met verbinding. Als jij hen begrijpt, hebben zij misschien ook begrip voor jou…

Vervolgens kan je iets noemen over klimaatverandering. Die informatie hoeft dan niet aangevallen of genegeerd te worden (verdediging), omdat je het niet meer brengt als een aanval. En als je dan ook nog een makkelijke alternatieve actie kan noemen (handelingsperspectief), vergroot je nog meer de kans dat iemand open gaat staan voor andere keuzes. Bijvoorbeeld: “Ik heb wel eens een filmpje gezien waarin twee mensen uit London een wedstrijd hielden om het eerst op ski-vakantie in de Alpen te zijn. Een met het vliegtuig en de ander met de trein. Het was een close finish, en die met de trein reisde wel heel ontspannen. Dus ik begrijp dat je veel vliegt om tijd te besparen en soms kan het ook anders. Dat scheelt echt een hoop voor het klimaat.”

4) Wees empathisch.

Hoe meer mensen zich begrepen en gerespecteerd voelen, hoe meer ze open staan voor reflectie – ook op hun eigen gedrag en gedachtes. En hoe waarschijnlijker ze hun mening of gedrag zullen bijstellen. Empathisch zijn is begrip tonen, meeleven en naar meer dan de feiten luisteren. Welke boodschap is er op gevoelsniveau of relatieniveau? Misschien zeggen mensen wel: ‘Nou, die klimaatverandering daar kan ik me niet mee bezig houden hoor.’, maar bedoelen ze: ‘dat vind ik maar vermoeiend, depressief makend.’ of ‘jij gaat mij niet vertellen wat ik wel of niet belangrijk moet vinden in mijn leven.’ Als je die achterliggende boodschappen hoort, dan kan je daar goed op reageren en verandering makkelijker maken voor de ander.

5) Geef vertrouwen, aanmoediging, geloof in de kracht van de ander en beloon.

Wat zeg jij tegen iemand als je spreekt over klimaatverandering en de reactie is ‘ja, daarom scheid ik ook al jaren netjes mijn afval?’

a) Dat helpt niet zoveel tegen klimaatverandering, je kan veel beter minder autorijden.

b) Dat is een mooie eerste stap, wat kan je nog meer doen?

c) Geweldig, hoe heb je dat voor elkaar gekregen? Het zal best wel even uitzoeken geweest zijn? Of hoe heb je gezin daarin meegekregen? 

De onderliggende boodschap voor de ander is:

a) Je doet niet genoeg. Bent verkeerd bezig, en ik weet het beter. Het gesprek loopt dood …

b) Je doet niet genoeg. En het gesprek loopt dood, als de ander niet meer wil doen of niet zou weten hoe.

c) Je bent goed bezig! Wil je hierover reflecteren en vertellen?

Het gesprek gaat verder en iemand vertelt daarmee ook aan zichzelf een verhaal dat de moed en het vertrouwen kan geven om eventueel meer te gaan doen in de toekomst. En vindt het leuk om daar met je over te praten.

6) Draag je zware emoties zelf (maar niet per se alleen).

Bij klimaatverandering kan het snel gebeuren dat we ons boos of bang voelen. Als je, soms onbedoeld, de boodschap brengt dat mensen jou moeten helpen met je gevoel, of zelfs ‘schuldig’ zijn aan de ontwrichting van de leefomgeving en de angst die je daarover voelt, dan zullen mensen daar ook op reageren. Dat doen ze meestal, door:

  • Je te troosten. “Het valt wel mee joh, de regering/techniek zal het wel oplossen, het klimaat verandert wel vaker, et cetera.”
  • Terug te slaan of zich te verdedigen. “Ja, maar ik denk echt niet dat mijn ene biefstuk zoveel verschil zal maken hoor.” Of “Vorig jaar reed jij volgens mij nog heen en weer naar Frankrijk, dus dat was ook niet zo goed voor het klimaat, toch?”

Natuurlijk wil je ook steun als je het moeilijk hebt. Tip 2 helpt dan ook. En geef bijvoorbeeld aan wat je van de ander verwacht en wat je zelf al doet (mensen reageren vaak troostend of verdedigend, omdat ze denken dat ze iets ‘moeten doen’ voor of van je). Je zou kunnen zeggen, “Ik ben hier al zo vaak mee bezig, en sommige dagen zakt me de moed gewoon even in de schoenen. Dat trekt wel weer bij, maar voor nu vind ik het wel fijn als je even naar mij luistert. Dat ik mijn verhaal kwijt kan en dat je begrijpt hoe het voor mij is.” 

7) Vertrouw op het proces, plant zaadjes en ga niet trekken aan gras.

Mensen veranderen zelden tot nooit in één gesprek. Bovendien vinden mensen het prettiger om te denken dat ze zelf tot een nieuw inzicht zijn gekomen, dan dat ze door iemand van mening zijn veranderd. Vertrouw erop dat de zaadjes die je plant in een goede sfeer, zonder andere conclusies of concrete acties, samen leiden tot een proces van verandering. Sociale normen verschuiven, doordat we steeds meer mensen in onze omgeving (waarmee we ons verbonden voelen) daarmee bezig zijn. Het klimaatgesprek voeren, zonder dat dit tegenreacties oproept, is dus een kunst en het oogsten gebeurt meestal op andere momenten.

 

Er zijn nog meer tips te bedenken. En oefening baart kunst. Als je meer wilt leren over het klimaatgesprek, wees dan welkom bij een klimaatgesprekkengroep. Een van de zes workshop gaat hierover en je krijgt een uitgebreid tekst- en werkboek.